In Wittebergen beheert Natuurwerk een waardevol struisgrasland op droge, voedselarme zandgrond.

Door gericht maaibeheer en verschraling wordt het open karakter van het habitat behouden en krijgen typische plantensoorten en gespecialiseerde fauna opnieuw ruimte.

Neem contact op

Een kwetsbaar habitat onder druk

Analyse

Het projectgebied bestaat uit Europees beschermd struisgrasland (type 5) op droge en zeer voedselarme bodem. Dergelijke habitats zijn zeldzaam en vormen een belangrijk leefgebied voor gespecialiseerde plant- en diersoorten. Zonder aangepast beheer kunnen grassen en dominante vegetatie het open karakter van het terrein verdringen.

Ecologische waarde

  • Beschermd struisgraslandhabitat

  • Droge, voedselarme zandgrond

  • Belangrijk leefgebied voor gespecialiseerde soorten

  • Doelsoort: Kleine veldparelmoervlinder

Kenmerkende plantensoorten

  • Buntgras

  • Schapengras

  • Zandzegge

  • Muizenoor

  • Hazepootje

  • Smalle weegbree

De aanwezigheid van deze soorten geeft aan dat het terrein nog steeds belangrijke kenmerken van het oorspronkelijke habitat bezit, maar ook dat zorgvuldig beheer nodig blijft om die kwaliteit te behouden.

Beheerstrategie gericht op openheid en soortenrijkdom

Ontwerp

Het beheer werd ontworpen om de ecologische kenmerken van het struisgrasland te versterken en geschikt leefgebied te behouden voor de veldparelmoervlinder.

 

Belangrijkste principes

  1. Jaarlijks maaibeheer in september

    Maaitijdstip afgestemd op de ecologie van het terrein.

    Ecologisch maaibeheer in de praktijk grote banner.pdf

  2. Gefaseerd maaien

    Niet het volledige gebied tegelijk maaien, zodat dieren kunnen uitwijken en populaties zich kunnen handhaven.

    Ecologisch maaibeheer in de praktijk grote banner.pdf

  3. Verschraling van witbolvegetatie

    Terugdringen van dominante, voedselminnende vegetatie om de voedselarme omstandigheden van het habitat te behouden.

    Ecologisch maaibeheer in de praktijk grote banner.pdf

  4. Stimuleren van typische soorten

    Ruimte creëren voor soorten zoals muizenoor en hazepootje, die kenmerkend zijn voor schrale graslanden.

Ecologisch maaibeheer in de praktijk

Uitvoering

De uitvoering bestaat uit terugkerend beheer met aandacht voor zowel vegetatie als fauna. Het terrein wordt jaarlijks in september gemaaid, waarbij gefaseerd gewerkt wordt om ecologische continuïteit te garanderen.

Uitgevoerde maatregelen

  • Jaarlijkse maaibeurt in september

  • Gefaseerde maaicyclus

  • Gerichte verschraling van dominante vegetatie

  • Behoud van open structuur en microhabitats

Door deze aanpak blijft het terrein niet alleen open, maar ontstaat ook variatie in vegetatiestructuur, wat belangrijk is voor insecten en andere gespecialiseerde soorten.

Resultaat

Open struisgrasland behouden

Het open karakter van het habitat blijft behouden.

Typische plantensoorten gestimuleerd

Ruimte voor muizenoor, hazepootje en andere kenmerkende soorten.

Leefgebied voor doelsoorten versterkt

Geschikte omstandigheden voor de Kleine veldparelmoervlinder.

Langdurig ecologisch beheer mogelijk

Een duurzaam beheerregime voor waardevolle natuurterreinen.

Waarom dit project belangrijk is

Dit project toont hoe gericht natuurbeheer kan bijdragen aan het behoud van Europees beschermde habitats. Door beheer af te stemmen op bodem, vegetatie en doelsoorten blijft een zeldzaam ecosysteem functioneren als leefgebied voor gespecialiseerde flora en fauna.

Projectfiche

Locatie

Wittebergen (Dessel)

Opdrachtgever

ANB

Dienst

Ecologisch maaibeheer

Habitat

Europees beschermd struisgrasland (type 5)

Doelsoort

Kleine veldparelmoervlinder

Beheer

Jaarlijks gefaseerd maaibeheer

Op zoek naar ecologisch beheer voor een waardevol natuurgebied?

Natuurwerk ondersteunt overheden en terreinbeheerders bij habitatbeheer, biodiversiteitsherstel en duurzaam ecologisch maaibeheer.

Neem contact op