Natuurwerk is in Vlaanderen een van de pioniers in het bestrijden van de Stierkikker (Lithobates catesbeianus), een kikkersoort die ook wel Brulkikker, Amerikaanse brulkikker of Amerikaanse stierkikker wordt genoemd. Met de start van het Invexo-project in 2009, een samenwerkingsverband tussen verschillende Vlaamse en Nederlandse partners, nam Natuurwerk zijn eerste pasjes in het veld van deze bijzonder complexe materie. Nu, verschillende jaren later, bouwden we een uitgebreide expertise uit op het vlak van bestrijding van de Stierkikker en is dit een steeds wederkerende opdracht in de planning van onze ploegen.

De soort komt afhankelijk van het levensstadium voor op verschillende plaatsen zoals ondiepe poeltjes, visvijvers, plasdras-situaties, … . Samen met zijn snelle voortplanting, is vooral zijn eetlust een groot probleem. Zo voedt de Stierkikker zich met inheemse amfibieën, libellen, vissen en zelfs kleine watervogels. Meer dan waarschijnlijk is deze soort lokaal verantwoordelijk voor de achteruitgang van onze inheemse amfibieën.

Aanvankelijk werd de Stierkikker in Europa ingevoerd voor de kweek van kikkerbillen, maar helaas vond de soort al snel zijn weg richting vrije natuur. Dat het een uitheemse soort is lijkt dus duidelijk, maar vele uitheemse soorten veroorzaken geen problemen. Bij een kleine minderheid van uitheemse soorten wordt wel een negatieve impact op de natuur vastgesteld, dit zijn de invasieve uitheemse soorten. De Stierkikker is zo een invasieve uitheemse soort en is bovendien ook lid van een select clubje dat op de zwarte lijst staat van de voor de Europese Unie zorgwekkende invasieve exoten. Actieve bestrijding van deze invasieve exoten is noodzakelijk om onze inheemse biodiversiteit te beschermen.

Natuurwerk bestrijdt verschillende populaties van de Stierkikker in o.a. de gemeenten Malle, Arendonk, Kasterlee en Balen. Larven worden weggevangen met grote schietfuiken, waarbij steeds inheemse soorten worden gespaard om zo de populaties Stierkikker jaar na jaar te verkleinen en uit te putten. We zien dat deze methode werkt, want in verschillende gebieden vallen de aantallen terug naar nul of kelderen ze aanzienlijk. Belangrijk is wel om de inspanningen verschillende jaren vol te houden om de populaties niet de kans te geven weer aan te groeien!